Opdrachten


Haiku Opdracht 1

Hieronder zie je twee voorbeelden van een haiku.

Een haiku is een van oorsprong Japans gedicht. Het is een meditatief natuurgedicht.

In maar drie regels, die in één ademtocht worden uitgesproken, moet alles uiterst beknopt gezegd worden: Meestal gaat het om een waarneming in de natuur en de stemming die dat oproept.

 

“eerste sneeuwvlokjes

het blad van een herfsttijloos

buigt haast onmerkbaar”

 

“Vlinders in de tuin

in de ban van rottend fruit

en mooie pruimen”

 

Een haiku voldoet aan nóg een stijlkenmerk. Denk hierbij aan de vorm van het gedicht. Welke 2 kenmerken hebben haiku 1 en haiku 2 gemeen?.

Kortom, wat is het tweede kenmerk van een haiku?

Haiku Opdracht 2

Maak nu zelf een haiku.

Hulpmiddel:

  • Bedenk een woord uit de natuur: b.v. bloem, dier, landschap, seizoen.
  • Bedenk een tegenstelling die in dat woord is verenigd (b.v. een fluwelen serial

killer(=kat)).

Opdracht 3 – Briefing en debriefing

Creatieve communicatie

Keuzeblok periode 3 en 4
Leerjaar 2015 – 2016
W. Klomp
C. Bergman
Les 2:

Luisteroefening BNR:
Luisteroefening journaal:

Uitleg briefing:

De opdrachtgever komt vandaag uitleggen wat hij van jou verlangt. Hij vertelt de essentie van de opdracht. Specifieke informatie zoals onderzoeksrapporten en producteigenschappen kunnen apart worden vermeld. Dit zijn de standaard onderdelen die een briefing bevat.
1. Achtergrond
Korte, algemene omschrijving van de opdracht. Wat is de reden dat je communiceert? Waarom kies je ervoor om deze specifieke online middelen in te zetten?
2. Doelstelling
Welke kwantitatieve doelstellingen heeft de opdrachtgever. Je kun bij online middelen achteraf goed meten of je doelstelling behaald is.
3. Doelgroep
Naast de beschrijving van de primaire doelgroep is het nuttig om te weten waar de doelgroep zich bevindt en welke social media en welke techologieën de doelgroep gebruikt.
4. Inzicht
Hier geeft de opdrachtgever je een korte beschrijving van de strategie. De strategie is gebaseerd op bepaalde inzichten over de doelgroep, over de markt of over de menselijke aard waar het merk of de organisatie op in kan spelen.
5. Kernboodschap (belofte)
De opdrachtgever benoemt welke belofte hij online waar wil maken. Deze moet voortvloeien uit de strategie. Dit is vaak lastig te verwoorden. Een belofte is de essentie van de boodschap.
6. Bewijs (reason to believe)
Waarom moet de doelgroep jouw kernboodschap (belofte) aannemen? Wat is je bewijs hiervoor en hoe denk je dit online te laten zien?

7. Mogelijke richting
De opdrachtgever heeft mogelijk al een idee van een strategische richting of een creatief idee. Dit betekent overigens niet dat de opdrachtgever per se de oplossing moet voorkauwen, maar waarom zou je een goed idee niet alvast delen?
8. Tone of voice / stijl
Stijl zit bij online uitingen naast design en copy vooral in interactie en usability. En laten dat nou juist zaken zijn die zich moeilijk laten omschrijven. De opdrachtgever kan voorbeelden van bijvoorbeeld concurrerende sites, online campagnes of rich media banners aangeven die hij aansprekend of jaloersmakend vindt.
9. Opdracht
Hierin geef de opdrachtgever in het kort aan wat hij precies van jou verwacht.
10. Budget en timings
Wij laten budget bij dit keuzeblok buiten beschouwing. Wel is het belangrijk dat je een planning maakt wanneer bepaalde producten opgeleverd moeten worden.
Tijdens de briefing maak je aantekeningen.
Je kunt na afloop vragen stellen.
Uitleg debriefing:

Na de briefing maak je voor je zelf een samenvatting van de wensen van de klant. Je maakt een verslag en je presenteert aan de opdrachtgever wat hij van jou verwacht.

Een debriefing bevat een samenvatting van de briefing van de opdrachtgever

Doel:
– Om te checken of je de opdracht goed begrepen hebt
– Om in de eerste fase duidelijk te krijgen wat de belangrijk(st)e aspecten van de opdracht zijn
– Om tijdens het ontwikkelen van het project te toetsen of de oplossing nog steeds voldoet aan de opdracht
– Om mogelijke onduidelijkheden op te helderen, evt door het stellen van vragen aan de opdrachtgever (graag via de teamcoach).
– Om inzage te krijgen (voor de opdrachtgever) op welke manier het team met de opdracht omgaat
Een helder geformuleerde debriefing voorkomt veel misverstanden en dus problemen tijdens de ontwikkeling en realisatie van een project.
De debriefing bevat de volgende onderdelen:
• Inleiding
• Opdracht
• Probleemstelling
• Doelgroep
• Succesindicatoren
• Functionele eisenlijst
• Teamidentiteit
• Contactpersoon

Inleiding: Een korte inleiding waar dit debriefingsdocument over gaat.
De inleiding, het eerste hoofdstuk, vormt de toegang tot het rapport. De lezer ziet welke vraag wordt beantwoord, waarom en hoe dat gebeurt. Een goede inleiding bereidt de lezer voor op de inhoud van het rapport.

• Opdracht: Omschrijving van de opdracht waarbij keuzes en afbakening duidelijk geformuleerd zijn.
Een helder geformuleerde opdracht voorkomt veel misverstanden en dus problemen tijdens de realisatie van een project.
• Probleemstelling: Omschrijving in eigen woorden van de probleemstelling in één zin (wie, wat, waar, wanneer & hoe). De doelstelling is oplossingsvrij – in de doelstelling zijn nog geen keuzes gemaakt hoe het doel bereikt gaat worden.
• Wat is geconstateerd (feitelijk probleem)?
• Wat is de aanleiding van deze situatie/probleem?
• Wat is de wenselijke situatie?
• Wat is je doelstelling?
• Wat zijn mogelijke producten om het doel te realiseren?
• Wie heeft / hebben het probleem?
• Wat is het probleem?
– Wat is het feitelijke probleem?
– Wat is de aanleiding van het probleem?
• Waar is het probleem?
• Wanneer is het een probleem?
• Hoe denk je het probleem op te lossen?
– Wat is de wenselijke situatie?
– De doelstelling is oplossingsvrij – in de doelstelling zijn nog geen keuzes gemaakt hoe het doel bereikt gaat worden.
• NB. Een goed geformuleerde probleemstelling geeft richting aan het onderzoek dat moet worden uitgevoerd (volgende fase = onderzoeksfase).

• Doelgroep:
Omschrijving van een duidelijke doelgroep die herkenbaar is.
Denk na over:
– Wie?
– Waar?
– Hoe oud?

• Succesindicatoren: Wanneer is er sprake van succes,
gezien vanuit:
– de opdrachtgever,
– de gebruiker,
– en het team.

• Functionele eisenlijst:
Omschrijving van de eisen en criteria vanuit de opdracht, technisch en opdrachtgever, m.a.w. aan wat voor eisen moet het product voldoen.

• Teamidentiteit: Huisstijl en visitekaartje(s) met uitleg

• Contactpersoon: Contactinformatie van de contactpersoon van het team voor de teamcoach, dus:
– Naam
– Email
– Mobiel nummer

Randvoorwaarden
• Debriefing: maximaal 2 A4
• Verzorgd uitgevoerd en passend in de teamstijl
• Passende presentatie van informatie in tekst, diagrammen en/of beeld
• Geschreven in correct Nederlands
• Bevat teamnaam, klas en namen en studentnummers van teamleden
• Maak een planning en taakverdeling voor het maken van dit document.
• Let op de eindredactie, zorg dat het document als één geheel overkomt.
• Volgende week presenteer je je debriefing in een pitch. Het bijbehorende document lever je digitaal in als .pdf bestand!

Opdracht 4 – Loesje

Opdracht LOESJE:

Loesje

Loesje wil het leven op de wereld beter en mooier maken. Voor Loesje is dat geen luchtkasteel. Het is ook niet iets dat je moet overlaten aan bazen, deskundigen of begeleiders. Je idealen verwezenlijken doe je door er dagelijks een kasteel van te metselen. De mensheid moet vooruit, vindt Loesje, en ze geeft haar met plezier een zetje in de rug.

Posters als medium

Iedereen heeft invloed. Maar hoe krijg je die? Posters maken is Loesjes antwoord. Anderen maken een tijdschrift, beginnen een blog of starten een vakbond. Loesje kiest voor een poster: eenvoudig, direct, op straat, op sociale media en onder de mensen. Het recht op de vrijheid van meningsuiting is er niet voor niks. Daar voegt ze het recht op meningsvorming en meningsverandering aan toe.

Creatief

Posters maken is leuk, creatief en je wordt er ook een stuk slimmer en gehaaider van. Wie regelmatig zelf teksten schrijft is niet meer voor één gat te vangen.

Opdracht

Maak met je team een nieuwe Loesje-poster. Bedenk een grappige tekst en kies een passende lay-out. Voor inspiratie kun je natuurlijk terecht op de site www.loesje.nl.

Opdracht 5 – Stereotypering doelgroep

Opdracht: Stereotypering van een doelgroep

Je maakt met je team een stereotypering van de doelgroep.
In deze opdracht beschrijf je het leven van één persoon uit jouw doelgroep. Je vertelt over zijn werk, zijn familie of gezin, zijn vrijetijdsbesteding, zijn passies en hoe hij met zijn omgeving omgaat. Je geeft ook een karakteromschrijving. Je vertelt waar hij of zij van houdt. Je ondersteunt deze stereotypering met foto’s en afbeeldingen. Bij het doornemen van jullie product worden al mijn vragen over jouw stereotype beantwoord. Deze stereotypering maak je op één A4. Gebruik je creativiteit. Aan het eind van de les moet je je stereotypering presenteren. Je werk kun je uploaden in de digitale omgeving. OP deze manier kunnen andere teams feedback geven op jullie werk.

Bijvoorbeeld:
Dit is Tom. Hij heeft een gezin dat bestaat uit….
In het weekend doet hij ….
Hij houdt van ..
Zijn hobby’s zijn….

Brief 6 – Briefing C. Goes en M. Kraaijmes

Aan : ROC Gouda
Van : Mercedes-Benz NL
C.c. :
Datum : 6 februari 2016
Betreft : Campagne smart fortwo cabrio
Aanleiding voor de campagne
De introductie van de nieuwe smart fortwo cabrio, de tweezits cabrio van smart.

Doelstellingen
Bekendheid van de nieuwe toevoeging aan de smart familie.
Vergroten sales
Vergroten naamsbekendheid

Opdracht aan creatie
Maak een kleurrijke, jonge en aansprekende campagne voor de nieuwe smart fortwo cabrio

Doelgroepen
25-45 jaar
Stadsmensen
Creatief
Zelfstandig ondernemers, jonge creatieven, kunstenaars,
Festivalgangers
Boven modaal verdienend
Jonge stellen
Zich willen onderscheiden van de mainstream

Insights
De smart fortwo is de originele stadsauto. De nieuwe smart fortwo is eind 2014 geïntroduceerd.
Nu, bijna anderhalf jaar na die introductie, introduceert smart de nieuwe versie van de cabrio,

Belofte/boodschap
Radically open

Deliverables/middelen
Direct mail of eDM
Advertentie (tekst)
Twitterbericht (140 tekens)
Voice-over (Tv commercial)
Tekst voor de website

Verbruikscijfers
nvt
Randvoorwaarden
Planning
Budget

Opdracht 8 – Moodboard

Maak een moodboard, gericht op de ‘looks and feels’ van de SMART fortwo cabrio

Opdracht 9 – Mindmap / Infographic

Maak een infographic of een mindmap over hoe je de komende weken je opdracht voor Daimler gaat uitwerken.

Opdracht 7 – Pitch debriefing

Les 3:

Pitch debriefing:

Team:

Datum:

Sterke punten INHOUD Verbeterpunten INHOUD
1

 

 

 

 

 

2

 

 

 

 

3

 

 

 

 

 

1

 

 

 

 

 

2

 

 

 

 

3

Sterke punten VORM Verbeterpunten VORM
1

 

 

 

 

2

 

 

 

 

3

 

 

 

 

 

1

 

 

 

 

2

 

 

 

 

3

 

Opdracht 10 – Maak een limerick

De limerick is een gedichtje genoemd naar de Ierse plaats Limerick.

Het versje bestaat uit vijf dichtregels.

Het rijmschema is aabba. Regel 1, 2 en 5 zijn even lang: zij hebben elk drie accenten. Regel 3 en 4 zijn korter: zij hebben elk twee accenten.

Het versje beschrijft een grappige, soms pikante situatie. De eerste regel eindigt vaak op een plaatsnaam. De laatste regel heeft vaak een verrassende wending (pointe).

 

De accenten kunnen er bijvoorbeeld zo uit zien:

There ONCE was an OLD man from WHEEL-ing

Who HAD a pre-CUL-i-ar FEEL-ing

Said the SIGN on the DOOR

Please don’t SPIT on the FLOOR-

He JUMPED up and SPAT on the CEIL-ing –

 

Er was eens een kaasboer uit Gouda, die liep rond de tafel zijn vrouw na. De vrouw zei heel vief: ‘Alles is relatief; als ik iets harder loop, zit ik jou na!

Er was laatst een stel uit Laren  Dat wilde een stukje gaan varen.  Maar ze hadden geen geluk  De motor ging stuk  Toen roeiden ze zich de blaren!

 

Schrijf een limerick over de SMART fortwo cabrio, met het rijmschema aabba.